KoNiWeb verzorgt op deze pagina mijmeringen en gedachten en momenten van bezinning, vervat in gedichten en verhalen.

KoNiWeb

Voor altijd, de Noordzee

small logo

Voor altijd, de Noordzee.

Helder zout water kabbelt pijnlijk langs mijn blote voeten.
Hoe kwam ik op het idee om mijzelf zo te laten boeten?
Een kille rilling trekt van onder naar boven door me heen
als boven mij zeemeeuwen krijsen om mij te begroeten.

Dan trekt een warm gevoel langs mijn rug, bijna sereen,
en heb ik geen aandacht meer voor je gejammer en geween.
Plotseling besef ik weer hoeveel ik van jouw machtsspel hou.
Iets wat ik als kind ook al voelde, maar dat daarna verdween.




Mijn gezicht voelt ruw en schraal van de gure winterse kou.
Ik wist al van te voren dat je me zo hardhandig strelen zou.
Je jaagt je harde ademstoten met kracht over de hoge duinen
en hult met grijze wolken de lange kust in een diepe rouw.

Nietig ben ik als ik zo over het smalle strand loop te struinen,
terwijl jij zo fel tekeer gaat tegen de dun begroeide kruinen.
Bij springvloed neem je gulzig happen uit het getergde strand,
maar aan de wind hoor ik dat ik veilig ben achter je duinen.

Ik voel me zo klein in dit grote gevecht tussen water en land.
Golven die zich terugtrekken en wegzakken in het zilte zand.
Toch in al dat geweld schenk je leven aan alles wat je raakt
en liefkoos je het land met kabbelend water op het strand.

De trotse duinenrij die mijn achterland al eeuwen bewaakt,
is van zand, door de stroming aangevoerd, door jou gemaakt.
Maar daar waar bouwsels van zand eindigen en cement begint,
slopen jouw golven alles wat door mensenhanden is gemaakt.

Er is niets mooiers dan Hollandse duinen bij een harde wind.
Ik houd van jou zoals jij mij met je ruisen en bruisen bemint.
Geen heerlijker liefdesspel dan de golven op de Zeeuwse kust.
Ik proef jouw zout, wat zich in al het leven op aarde bevindt.



Bij zware noordwester stelt de Noordzee mij nimmer gerust.
Geen onveiliger oord, daar is het zeevolk zich van bewust.
Gelukkig wordt de duur van deze stormen in dagen gemeten
en keren allen terug om thuis te worden omhelst en gekust.

Veiliger zijn de Wadden achter hun gebogen eilandenketen.
Een onbaatzuchtige wijdse ruimte om alles even te vergeten.
Je verzwelgt me bij ieder bezoek en omdat ik er niets van leer,
loop ik je golven tegemoet, als ben ik volledig van jou bezeten.

Beschermd in de luwte van het duin, besef ik me eens te meer
dat het eerst maar moet zomeren, alleen dan kom ik pas weer.
Ik laat je nu alleen om met je golven te beuken op de kust.
Wij zijn voor altijd één en dus kom ik terug, keer op keer.


P.F.J. Wandee

12 december 2004.

 

Inhoudsopgave | © 2000 t/m 2012 | KoNiWeb